Schweizer Laufhund (rasgroep 6)
Ook
Zwitserland heeft zijn eigen brakken voortgebracht: de Schweizer Laufhunden.
De oorsprong van dit ras gaat terug tot aan onze jaartelling. Vroeger werden
ze in meutes gebruikt door de hoge adel. Toen het feodale tijdperk ten einde
was, betekende dit ook bijna het einde van de Laufhunden.
Er zijn vier kleurslagen bekend, allen met een eigen naam:
De
rasstandaard is voor alle vier dezelfde. De vier slagen komen ook in een kleinere
variant voor: de Schweizer Niederlaufhunde. Hun raspunten zijn
identiek, op de schofthoogte (30-38 cm) na.
De Schweizer Laufhund is een middelgrote, veerkrachtig gebouwde hond. Hij
is iets langer dan hoog. Het hoofd is lang en smal met lange, laag aangezette
oren. Hij heeft een sterk jachtinstinct en een prima uithoudingsvermogen.
Een Laufhund is een jachthond met een bijzonder goed ontwikkelde reukzin en
jachtpassie. Hetgeen inhoudt dat bij eventuele wandelingen in het "veld" de
hond meestal aangelijnd en in de gaten dient te worden gehouden. De Laufhund
is een goede jager en wordt gebruikt bij de jacht op haas, ree, de vos en
soms bij de jacht op het wilde zwijn. Hij jaagt daarbij zelfstandig en laat
tijdens het volgen van het spoor zijn typische dubbeltonige roep horen (het
laut) Hij is in staat om met grote zekerheid in zwaar terrein te zoeken en
het wild op te sporen.
Het
karakter is vriendelijk en sociaal. Daarnaast is hij levendig en speels, en
voor kinderen dus een prima kameraad. Omdat hij wat eigenwijze trekjes kan
vertonen is een consequente hand en geduld geen overbodige luxe. Hij bereikt
een gemiddelde leeftijd van 10 à 12 jaar.
Schofthoogte
reuen 49-59 cm, teven 47-57 cm
Gewicht 16-21 kg
Vacht Kort, dicht en glad aanliggend en aan het hoofd en de oren zeer fijn.
Als jachthond levendig, temperamentvol en zeer speurvast.
De
Schwyzer Laufhund en de Luzerner Laufhund worden in Nederland gefokt. De Berner
Laufhund in Duitsland (net over de Nederlandse grens) De Jura Laufhund wordt
in Zwitserland en Frankrijk gefokt.